Reglement van Inwendige Orde

Hoofdstuk 1 : De leden van de Vereniging

1.1. De organisaties en de individuen maken hun vraag tot aansluiting kenbaar, middels een gemotiveerd schrijven, gericht aan de voorzitter en begeleid door een CV. De Raad van Bestuur onderzoekt dan de vraag, conform de toelatingsvoorwaarden, zoals vastgelegd in de statuten. De toetredingsvraag zal, na een audit, worden gestemd, middels eenvoudige meerderheid. Ze zal gevalideerd, uitgesteld of verworpen worden, en de voorzitter deelt het resultaat van de procedure mee aan de betrokken persoon of organisatie.
1.2. Het toekomstig lid moet, voorafgaandelijk, schriftelijk te kennen geven dat hij de principes van de Decalratie van Straatsburg onderschrijft en dat hij zich conformeert voor wat betreft zijn psychotherapeutische praktijk, volgens de Ethische Code van de BVP-ABP.
1.3. De documenten, met betrekking tot de vraag tot aansluiting, zijn niet publiek. Het deontologisch respect, wat betreft discretie en tact, is vanzelfsprekend aan de orde.
1.4. Het verlies van het statuut van lidmaatschap gebeurt door vrijwillig ontslag of op basis van een beslissing van de Algemene Vergadering, met name, op basis van motieven gerelateerd aan het niet respecteren van de Ethische Code. De Raad van Bestuur beslist, op basis van meerderheid van stemmen, om de Algemene Vergadering bijeen te roepen, conform de procedure, vermeld in de Statuten.
1.5. Het bedrag van het lidgeld wordt jaarlijks vastgelegd door de Raad van Bestuur, binnen de grenzen vastgelegd in de Statuten.
1.6. Conform de Statuten, hebben enkel de ‘actieve’ leden stemrecht en zijn, enkel zij, verkiesbaar als administratoren.
1.7. Aangezien ze moeten voldoen aan de criteria van evaluatie, wat betreft hun vorming, is het ‘gewone’ ‘toegetreden’ leden, niet toegestaan om in hun professionele doeleinden hun hoedanigheid als lid te vermelden, aangezien ze op die manier verwarring dreigen te scheppen voor wat betreft hun werkelijk statuut.

Hoofdstuk 2 : De Raad van Bestuur

2.1. De samenstelling en de vernieuwing van de Raad van Bestuur zijn bepaald door de Statuten. Eens de Raad van Bestuur verkozen is, duidt hij onder de leden een voorzitter, een vicevoorzitter, een penningmeester en een secretaris aan.
2.2. De leden van de Raad van Bestuur zijn herkiesbaar. Om de continuïteit te garanderen, is het wenselijk dat de voorzitter, de vicevoorzitter, de penningmeester en de secretaris, lid blijven van de Raad van Bestuur gedurende een periode van twee jaar.

Hoofdstuk 3 : Het Certificatie en Accreditatie Comité

De vragen ter certificering van het CEP voor de praktijkvoerende psychotherapeuten in België, de vragen ter accreditatie als EAPTI voortkomend uit de opleidingsinstituten in psychotherapie, de vragen ter vernieuwing van de certificaten en accreditaties, zowel als de procedures van controle en evaluatie van de Permanente Vorming (CPD – Continuous Professional Development), worden onderzocht en behandeld door het Certificatie- en Accreditatie Comité, overeenkomstig de regels en de procedures uitgevaardigd door de EAP.
3.1. Samenstelling: Het Comité bestaat uit vier administratoren, uit minstens drie verschillende psychotherapeutische modaliteiten. De Raad van Bestuur benoemt de leden van het Comité en roept ze samen.
3.2. Taken en procedures: Het Comité komt minstens twee keer per jaar samen, bij voorkeur drie weken voor de samenkomsten van het EAP en van het GAP. Het kan beslissen om te functioneren via elektronische weg.
Het Comité kan aan één of meerdere van haar leden, de opdracht geven om een kandidaat te contacteren teneinde elementen van het dossier nader te onderzoeken; het zal op voorhand instructies geven betreffende de doelstellingen of de inhoud van haar acties. Het Comité kan zich ook laten bijstaan door externe experts.
Elk lid van het Comité dat een band heeft met de kandidaat, zal erop toezien het Comité ervan te verwittigen en zal zich onthouden bij de stemming, indien het Comité hierom vraagt.
De beslissingen worden genomen bij stemming door handopsteking of via elektronische weg, of geheim, indien minstens één lid van het Comité dit wenst. De stemming heeft plaats met drievierde meerderheid, of desgevallend met tweederde meerderheid. In geval van staking van stemming zal het dossier onderzocht worden door de Raad van Bestuur, die soeverein zal beslissen. De beslissingen worden dan meegedeeld aan de kandidaat.
In het geval van aanvaarding van de aanvraag van een ECP, zal het Comité zich ermee belasten dit dossier op te volgen op het niveau van de betrokken EWAO of de GAP, net zoals het dit zal doen bij de volgende beslissingen, ten overstaan van de kandidaat en bij het EAP.

Hoofdstuk 4 : De Ethische Code

4.1. De BVP-ABP onderschrijft als ethische code de Verklaring van “Statement Ethical Principles” van het EAP, onder voorbehoud van de voorzieningen die tegenstrijdig zouden zijn met de Belgische Wet.
De vaste leden moeten schriftelijk bewijzen dat ze zich, wat betreft hun psychotherapeutische praktijk, akkoord verklaren met de ethische code van de BVP-ABP en dus van de EAP, wat sowieso vereist is voor de toekenning van het ECP.
De statuten voorzien ook dat de organisaties, die vast lid zijn, over een code beschikken die compatibel is met de principes van de EAP.

4.2. De vereniging heeft, door aldus de principes en de directieven van de EAP te volgen, de zorg om het ethische te bevorderen in haar praktijk van de psychotherapie.
Te dien einde waakt zij erover dat dit aspect voldoende aanwezig is in de vorming van psychotherapeut voor wie zich kandidaat stelt als effectief lid ; zij nodigt haar leden uit om zich bewust te zijn van de ethische draagkracht van hun akten gesteld in het kader van hun praktijk en om hun vorming in dit verband blijvend te ontwikkelen ; ze organiseert of participeert aan colloquia, conferenties, workshops en seminaries die handelen over dit thema ; ze streeft er ook naar informatie te verstrekken over publicaties, gebeurtenissen, beslissingen, … over dit thema en om hen op de hoogte te houden van de aanbevelingen door het Ethics Committee van de EAP ; ze beveelt met name aan dat de psychotherapeuten adequaat gedekt zouden zijn door een professionele verzekering.
4.3 Een Ethisch Comité wordt door de Raad van Bestuur geconstitueerd en is belast met vragen relatief aan de ethiek.

Hoofdstuk 5 : Het Ethisch Comité

5.1. Samenstelling
Het Comité is samengesteld uit minstens drie leden verkozen onder de leden van de Raad van Bestuur ; de voorzitter van de Raad, de vice-voorzitter en de secretaris van de Raad van Bestuur maken er sowieso deel van uit. De Raad van Bestuur benoemt en herroept de leden van het Comité
5.2 Taken
Het Ethisch Comité is belast door de Raad van Bestuur met vragen relatief aan ethiek en zal op dit vlak advies en bijstand geven aan de Raad en aan de leden.

  • 5.2.1 Deze taken betreffen ondermeer, het feit van te waken over de goede toepassing en actualisering van de ethische code ; over het ethisch aspect van het functioneren en de procedures van de Vereniging ; het heeft een missie ter voorkoming door deel te nemen aan de georganiseerde activiteiten en aan de initiatieven genomen door de Vereniging op het vlak van Ethiek ; het neemt de transmissie van informatie op zich die nuttig zou kunnen zijn voor de leden (colloquia, vorming, publicaties, raadgeving, …), en spoort hen aan tot waakzaamheid voor wat betreft de beroepsethiek ; het geeft advies op vraag van de Raad betreffende vragen of moeilijkheden ontmoet door de leden in hun professionele praktijk.
  • 5.2.2 Het heeft tevens als functie de klachten te onderzoeken en door te lichten betreffende de leden van de Vereniging en om raad te geven aan de Raad van Bestuur om duidelijkheid te scheppen over de gevolgen en de te nemen maatregelen. Het kan ook belast worden door de Raad om missies uit te voeren van bemiddeling of verzoening tussen de eisers.
  • 5.2.3 Indien uitzonderlijke kosten zouden moeten gemaakt worden in het onderzoek van een klacht of een andere activiteit, zal het Comité op voorhand de Raad van Bestuur daarvan verwittigen en duidelijk maken wie en hoe deze kosten zouden moeten worden gedragen.

5.3 Procedure in geval van een klacht van een lid

  • 5.3.1 Een klacht betreffende een lid van de Vereniging kan geïntroduceerd worden door een derde of een ander lid. Ze moet schriftelijk worden geadresseerd aan de Raad van Bestuur ter attentie van de voorzitter van de Vereniging
  • 5.3.2. De voorzitter roept dan het Ethisch Comité samen om te beslissen of de klacht gefundeerd is.
    Indien dit het geval is, is het de taak van het Comité de noodzakelijke informatie op te zoeken, de betrokken partijen ervan te verwittigen en een advies uit te brengen binnen een tijdsperk van twaalf maanden.
    Het Comité mandateert één of meerdere van zijn leden om een onderzoek in te stellen en geven deze heldere instructies voor wat betreft de inhoud en de limieten van hun missies.
  • 5.3.3 Er wordt appel gedaan op de verantwoordelijkheidszin van de leden van de Vereniging in een onderzoek ondernomen door het Ethisch Comité opdat zij snel zouden meewerken en de gevraagde informaties zouden toeleveren, en om zich aan te bieden bij de convocaties die aan hen geadresseerd zijn, dit in de mate van het mogelijke en zonder dat dit op welke wijze dan ook schade zou kunnen berokkenen aan hun rechten en appels in andere procedures die hen betreffen.
  • 5.3.4 Het Comité kan beroep doen op deskundigen.
  • 5.3.5 Het comité overhandigt een confidentieel rapport aan de Raad van Bestuur die een uitspraak doet hetzij door advies, aansporing of uitsluiting.
    De beslissing van het